Van zoet naar duurzaam: de groene toekomst van Tiense suiker

Tiense Suiker produceert, afhankelijk van de weersomstandigheden, zo’n 500.000 ton suiker per jaar. Dat is het product van 3,5 miljoen ton bieten. Met een focus op de Europese markt zette Tiense Suiker al heel wat stappen op vlak van duurzaamheid. Jan Ingels, directeur van operaties, nam ons mee achter de schermen.

Growing in Balance

“Onze strategie steunt op ‘growing in balance’. We hebben kerngebieden bepaald en daarbinnen hebben we specifieke doelstellingen”, legt Ingels uit. “Op vlak van duurzaamheid kijken we naar de scientific based targets: de uitstoot van CO2 beperken tot 50 procent in 2030 en CO2-neutraal te opereren in 2050.” Maar ook voor het bekomen van grondstoffen, het productieproces, veiligheidsgebeuren en diversiteit zijn er doelstellingen.

“Het start al op de bietenvelden, waar we tools ter beschikking stellen van onze planters en trainingen geven”, zegt Ingels. “Binnen onze fabriek ligt de focus op energie, kostenefficiëntie, performantie en de efficiëntie van onze installaties. Daarbij is het een prioriteit dat we de buurt – en de bredere buurt – geen overlast bezorgen op vlak van lawaai of uitstoot.”

De CO2-uitdaging

“De grootste uitdaging binnen ons productieproces van de suiker, maar ook binnen de voedingssector, zijn de CO2 targets”, stelt Ingels. “Dat komt omdat de technologieën vandaag nog niet volledig op punt staan. We zijn die zelf aan het ontwikkelen samen met onze leveranciers. Dat zorgt voor een grote meerkost.”

Zo bouwt Tiense Suiker de grootste warmtepomp op hoge temperatuur in Europa. “Een echte primeur”, volgens Ingels. “Binnen onze sector spreken we over grote vermogens, er moeten nog stappen gezet worden. In het verleden hebben we steeds sterk op duurzaamheid toegekeken door onze installaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien. De energie die je niet nodig hebt, bespaar je sowieso.”

“Een tweetal jaar geleden hebben we een nieuwe diffusietoren gebouwd. Voor het proces waar we het suikerhoudend gedeelte uit de suikerbieten halen, hebben we nu 150.000 kubieke meter minder water nodig en 25 procent minder energie. Daarmee stoten we 6.000 ton CO2 minder uit. Al staan we nog niet met elke fabriek zo ver, maar we zullen dat wel uitrollen. Er is veel kruisbestuiving op dat vlak.”

Toekomstbestendig werken

Innovatie vraagt tijd, maar investeringen moeten renderen op de lange termijn. “Installaties de wij vandaag plaatsen, bijvoorbeeld een stoomketel die 25 jaar meegaat, moeten vandaag al beantwoorden aan de criteria die we dan willen bereiken. Die technologie moet nu ontwikkeld en geïmplementeerd worden.” Omdat dit veelal om nieuwe technologie gaat, moeten levertijden goed in de gaten worden gehouden om ook de timing te behalen.

“Op vlak van energie zijn wij als bedrijf zelfvoorzienend. Door stoom te produceren, wekken we nadien ook elektriciteit op. Daardoor kunnen we voor het ganse productieproces in onze eigen energiebehoefte voorzien”, stelt Ingels. Al zal bij een verdere elektrificatie wel nood zijn aan bijkomende stroom van het net. “Daarvoor kijken we naar groene stroom.”

Zero waste

Een ander punt waar Tiense Suiker op inzet is de afvalberg. “Ons maakproces levert heel wat nevenproducten op. De pulp van de bieten wordt gebruikt als dierenvoeding, de kalkmelk die gebruikt wordt om de suiker op te zuiveren wordt gebruikt als grondverbeteraar. De melasse wordt gebruikt in citroenzuurproductie, als bindmiddel voor dierenvoeding, gistproductie of in siropen of drops. We proberen echt elk restproduct te vermarkten. Zelfs de steentjes die soms nog tussen de bieten zitten worden weggewassen en in de bouw gebruikt.”

Investeren voor impact

Duurzaamheid is ook een kompas bij het investeringsbeleid. Ingels noemt het ‘Invest for Impact’. “We kijken naar de impact op de omgeving op vlak van geluid en uitstoot, maar eveneens naar de energie-efficiëntie, de performantie en de materialen die gebruikt worden.”

“Bij al onze investeringen hebben we de duurzaamheidspet op. Ook in het bredere verhaal van welzijn, veiligheid en de buurt. We betrekken daar ook de werkvloer in om bijvoorbeeld te sorteren en minder energie te verbruiken. We merken ook dat het jongere personeel dat steeds belangrijker vindt.”

“We zijn naar nieuwe software gegaan om dat allemaal beter te kunnen opvolgen”, legt Ingels uit. “Per kwartaal worden al onze duurzaamheidscijfers en onze energieverbruikers centraal gerapporteerd en doorgestuurd.”

Partners in de keten

“Naar onze leveranciers, specifiek onze landbouwers, stimuleren we dit ook. We geven ze bijvoorbeeld bijkomende financiële ondersteuning als zij aan biodiversiteit meewerken en bijvoorbeeld bloemenstroken aanleggen. We ondersteunen ook organisaties en projecten waar wij bijvoorbeeld startende bedrijven begeleiden.”

Dit gebeurt langs beide kanten. “Via gecertificeerde audits komt het verhaal van duurzaamheid zeker ook aan bod en door sommige klanten wordt dit heel nauw bekeken. Wij krijgen dikwijls op voorhand vragenlijsten om te kijken of onze targets en onze doelstellingen ook die van hen ondersteunen."

"Het is veel communiceren en de nodige netwerken aanspreken. Kijk niet alleen wat er bestaat binnen uw sector, maar ook daarbuiten. Zoek daar naar nieuwe technologieën en leer van elkaar.”

Wilt u graag de productiehallen zien?

Klik dan op onderstaande video waarin Jan Ingels het duurzaamheidsverhaal uitgebreid uit de doeken doet. Je ontdekt ook het proces van biet tot eindproduct.