Wie wint de ESG AMBITION AWARD 2026?
Bedrijven die op lange termijn denken hebben geen rapporteringsverplichting nodig om duurzaamheid hoog op hun agenda te zetten. Duurzaam ondernemen is en blijft de toekomst. Met de ESG Ambition Award zetten we bedrijven in de kijker die niet wachten op regels, maar zelf het verschil maken. Bedrijven die duurzaamheid niet als verplichting zien, maar als drijvende kracht voor groei en innovatie in hun strategie verankeren.
Maak kennis met de vijf bedrijven die zich dit jaar wagen aan de ESG Ambition Award 2026. Op de feestelijke awarduitreiking van 7 mei komen we samen te weten wie zich de winnaar van 2026 mag noemen.
Kandidaat 1: BNODE
Bpost is het nationale postbedrijf van België. Via het moederbedrijf Bnode heeft het ook tal van logistieke activiteiten doorheen Europa, Noord-Amerika, Azië en Oceanië. Toch blijft de Belgische tak nog steeds goed voor meer dan 25.000 werknemers en ruim 2 miljard euro omzet.
Het duurzaamheidsambities van bpost werden meer dan tien jaar geleden al uitgesproken met de ondertekening van het Akkoord van Parijs. Als logistieke reus willen ze een voorbeeldfunctie opnemen. Vandaag rijdt ongeveer dertig procent van de eigen wagens elektrisch. Aangevuld met 3.000 e-vans heeft bpost de grootste elektrische vloot van het land. Samen met de bijhorende laadpalen kwam dat neer op een heuse investering. Ook elektrische fietsen en aanhangwagens voor de e-bikes zorgen ervoor dat een kwart van de pakjes zonder uitstoot geleverd worden. Tegen eind 2026 zal dit één op drie zijn. Zo verlaagt Bpost niet alleen uitstoot, maar ook de druk op steden: minder geluidsoverlast, minder files en een aangenamere leefomgeving.
Daarnaast zorgt de uitbouw van een fijnmazig netwerk van meer dan 4.500 afhaalpunten, waarvan duizenden Bboxen, voor een aanzienlijke vermindering van het aantal gereden kilometers. Door vorig jaar meer dan 1.000 Bboxen extra te installeren over het hele land, werden emissies nog maar eens met dertig procent teruggedrongen.
De ambitie van Bpost is in lijn met SBTi. Het pakjesbedrijf wil een vermindering in Scope 1 en 2 met 71 procent tegen 2035, met als ultiem doel netto uitstootvrij te zijn tegen uiterlijk 2050. In een vergelijkende studie van het Belgisch Instituut voor Postbedrijven en Telecommunicatie haalt Bpost ook de laagste gemiddelde CO2-uitstoot per pakje van alle pakjesbedrijven in België. De innovatie gaat verder dan uitstoot, bpost lanceerde recent (bijzonder succesvolle) testen met een herbruikbare verzendzak.
Binnen de scope-3 emissies liggen de grootste uitdagingen. De elektrificatie van vrachtwagens bijvoorbeeld vraagt aanzienlijke investeringen, gespreid over een lange termijn. In een competitieve pakjesmarkt met beperkte marges is dat geen evidentie, en bovendien zijn er vandaag nog weinig volwaardige alternatieven beschikbaar. Daarom zet Bpost voorlopig al in op tussenoplossingen zoals 57 LNG-trucks, 2 e-trucks en e-trailers in testfase, en 38 double deck trailers. Die laatste maken het mogelijk om meer volume per rit te vervoeren, waardoor tot 1 op de 3 ritten met een klassieke dieselvrachtwagen vermeden kan worden. In 2026 staat de aankoop van 19 nieuwe double deck trailers op het programma. Bpost gaat ook actief in dialoog met leveranciers om hier reductieplannen uit te werken. Het wordt een steeds meer bepalende factor in de keuze naar de partners.
Ook de gebouwen van bpost kregen een beurt om te vergroenen. Nieuwe gebouwen worden meteen geplaatst aan de meest duurzame voorschriften. Daar horen zonnepanelen en ledverlichting bij, maar evengoed waterrecuperatie en warmtepompen. Dat is een minder grote uitdaging dan het op punt zetten van de bestaande, oudere gebouwen. Bpost heeft zo’n 800 vestigingen, waarvan een deel verouderd is. Deze infrastructuur krijgt ook de nodige aandacht.
Naast het verlagen van de uitstoot van de wagens, zet bpost sterk in op het sociale aspect van de tewerkstelling. Een eerlijke verloning is geen vanzelfsprekendheid in de pakjessector, bpost probeert daar een toonaangevende rol in te spelen. Op de loonlijst staan 105 verschillende nationaliteiten, bpost kiest bewust voor een duurzame en inclusieve tewerkstelling. Het bedrijf ziet zichzelf als een instapwerkgever die laaggeschoolden of mensen zonder diploma aan het werk zet. Wie bij bpost aan de slag wil gaan, kan bijvoorbeeld gratis een opleiding tot vrachtwagenchauffeur volgen, maar ook tot verzekeringsmakelaar.
Kandidaat 2: ORAC
Orac, de Oostendse familiale producent van architecturale elementen ontworpen voor muren, bouwt al jaren aan een doordachte duurzaamheidsstrategie. Die baseert zich op drie pijlers: Good for Planet, Good for People en Good for Community.
Op productniveau zet Orac volop in op defossilisatie: fossiele grondstoffen worden stelselmatig vervangen door gerecycleerde materialen en alternatieven gebaseerd op molecules met biomassa en/of plantaardige oorsprong. Een concreet voorbeeld zijn de nieuwste wandpanelen, samengesteld uit vijftig procent gerecycleerde content, afkomstig van frigobakjes, voedselverpakkingen en cosmetische flacons, en vijftig procent plantaardig materiaal op basis van koolzaadolie. Dat laatste kost drie keer zoveel als fossiele grondstoffen, Orac absorbeert die meerprijs bewust zelf. Daarnaast investeerde het bedrijf in een recyclagelijn die zo’n 95 procent van het eigen productieafval verwerkt en het waterverbruik in de productie is zo geoptimaliseerd dat beide sites meer water verbruiken voor sanitaire voorzieningen dan voor de productieprocessen.
Voor de CO2-uitstoot meet Orac sinds 2019 scope 1 en 2 emissies, die ze vanaf 2021 compenseren via zorgvuldig geselecteerde projecten: van waterbronnen in Uganda tot herbebossing in Colombia. Gaandeweg kwam scope 3 meer in de kijker te staan. Zo werd vorig jaar de compensatie van zakelijke reizen toegevoegd, via boomplantprojecten in één van de landen waar Orac actief is. Naast compensatie werkt het bedrijf ook actief aan reductie: ze beschikken over een eigen zonnepark in Oostende en een uitbreiding in Slowakije.
Om dit alles te onderbouwen met harde cijfers voert Orac lifecycle assessments (LCA’s) uit op alle producten, inclusief alle negentien impactcategorieën binnen scope 1, 2 en 3. Die data stuurt de R&D-roadmap aan en is beschikbaar voor klanten via interne LCA-documenten en een eigen calculator waarmee de milieu-impact van een project in een mum van tijd berekend kan worden.
Met 339 werknemers wereldwijd kiest Orac bewust voor een cultuur van persoonlijke groei. Nieuwe medewerkers, waaronder prille twintigers, krijgen van bij het begin verantwoordelijkheden om zich als professional te ontwikkelen, binnen een veilige werkomgeving waar welzijn en ownership centraal staan. Een volledige onboardingsweek zorgt ervoor dat elk nieuw teamlid de waarden, producten, processen, bedrijfscultuur en duurzaamheidsvisie van het bedrijf door en door leert kennen.
Veiligheid staat bovenaan de prioriteitenlijst. Risicoanalyses worden systematisch uitgevoerd, elk incident wordt onderzocht en een recente personeelsenquête bevestigt dat medewerkers Orac als een veilige werkplek ervaren.
Orac neemt zijn maatschappelijke rol op. Het bedrijf richtte een Koning Boudewijnfonds op en steunt elk jaar lokale projecten in België en Slowakije, zoals het IBIS Huis in Oostende en het Tajo-project.
De duurzaamheidsdoelstellingen zijn geen losstaande initiatieven, maar zijn ingebed in de bedrijfsstrategie die de raad van bestuur mee bepaalt en goedkeurt. De executie ervan volgen ze op via de OGSM-methodiek. Twee van de zes corporate programma’s dekken het volledige duurzaamheidsluik af. Een dubbele materialiteitsanalyse, gevalideerd door de raad van bestuur, vormt de basis.
Vorig jaar publiceerde Orac zijn eerste CSRD-rapport, en dat viel meteen in de prijzen. Een stevige basis was al aanwezig, maar de rapportering vroeg om een vertaalslag in transparantie en structuur. Orac koos daarin voor eerlijkheid: een code of conduct, maar geen jaarlijkse training. Vertrouwen en open communicatie passen bij hun DNA.
Kandidaat 3: UPGRADE ESTATE
Upgrade Estate bouwt én beheert huisvesting voor studenten, young professionals en bedrijven met de focus op het connecteren van mensen. Het bedrijf bekijkt ieder project vanuit de bril van het langetermijnbeheer waarin de eindgebruiker centraal staat. Wie verantwoordelijk blijft voor een gebouw gedurende zijn volledige levensduur, heeft er alle belang bij om het zo duurzaam mogelijk aan te pakken. Cruciaal in dat proces is de garantie dat de drie facetten van duurzaamheid, het economische, het ecologische en het sociale, steeds in balans zijn.
De sociale pijler is de basis. Elk studentengebouw heeft twee vaste coaches: een facility coördinator voor technische vragen en een community coach die huurders activeert en verbindt. Spaghetti-avonden, skireizen, boksles voor studenten of yogasessies tijdens de lunchpauze bij Upoffiz zijn slechts enkele voorbeelden van activiteiten.
Tijdens de coronacrisis richtte Upgrade Estate de vzw Upgrade Solidarity op. Met vrijwillige bijdragen van investeerders, aannemers en medewerkers werden meer dan 800 anonieme psychologische sessies gefinancierd voor studenten die het mentaal moeilijk hebben. Daarnaast is Upgrade Estate een structurele partner van drie sociale organisaties die inzetten op het zichtbaar maken van talent bij jonge mensen: vzw Capital, Tajo en Streetwize.
Ook de governance pijler kent een specifieke uitwerking. Investeerders kopen bij Upgrade Estate geen individuele units, maar aandelen in een patrimoniumvennootschap per gebouw. Iedereen is procentueel eigenaar van het hele gebouw en ontvangt dezelfde procentuele uitkering na aftrek van de beheerskosten. Dat vermijdt de klassieke valkuil waarbij eigenaars alleen naar hun eigen unit kijken en zorgt voor meer betrokkenheid bij de investeerders.
De ecologische pijler is het grootste werkpunt, en meteen ook de meest ambitieuze want in 2035 belooft Upgrade Estate netto CO2-neutraal te zijn. Deze ambitie resulteerde in een afdeling Climate Action binnen het bedrijf. Lifecycle assessments (LCA’s) op elk nieuw project onthulden al snel de grootste uitdaging: beton en staal stoten enorm veel CO2 uit. Het alternatief is een techniek die al langer dan de mens bestaat: iedere boom is een natuurlijke opslag van CO2. Bouwen in hout betekent CO2 opslaan op lange termijn. Om hout in een duurzaam bos te laten groeien, trok Upgrade Estate de keuze voor hout door tot aan de bron: het bedrijf beheert ondertussen bijna duizend hectare bos in Finland, volgens de Continuous Cover Forestry-methode die kaalkap vermijdt en biodiversiteit stimuleert.
De aanpak van eigen bosbeheer en de verworven kennis in de toeleveringsketen van ‘Bos tot Bouw’ werpt intussen zijn vruchten af. Het eerste volledig in houtbouw ontwikkelde studentenproject Flow Upkot met 140 kamers haalt een LCA-score van bij benadering nul kilogram CO2 per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. De CO2 die hout capteert, compenseert de resterende uitstoot van onder meer de HVAC-installatie en de warmtepomp. Het is enkel nog wachten op de definitief uitvoerbare vergunning vooraleer het project uit zijn voegen kan treden.
In de Upoffiz-gebouwen bestaat 75% van de inrichting uit gerecycleerd materiaal, opgespoord door een toegewijd Look & Feel team. Wijnkurken als wandbekleding, opgeknapte golfplaten, paletten die bewegwijzering worden. Het is een doordachte keuze om non-virgin materialen structureel in elk project te integreren. Eigen zonneparken en windturbines die in ontwikkeling zijn, moeten de energievoorziening verder vergroenen.
Leveranciers worden onderworpen aan een sustainable due diligence op economisch, sociaal en ecologisch vlak. Dat geldt niet alleen voor aannemers, maar ook voor IT-partners, marketingbureaus en banken. Een betere duurzaamheidsscore kan een hogere prijs compenseren bij aanbestedingen. En wie als kleine installateur nog geen duurzaamheidsbeleid heeft, wordt gesensibiliseerd – in de hoop dat de vraag van meerdere opdrachtgevers de hefboom wordt die uiteindelijk ook de keten verandert.
Kandidaat 4: UZ GENT
De veelzijdigheid van een ziekenhuis maakt duurzaamheid extra uitdagend, maar het UZ Gent gaat die niet uit de weg. Als medetrekker van de thema’s Afval en Materialen & Natuur en Gezondheid binnen de Green Deal Duurzame Zorg zet het ziekenhuis volop in op drie pijlers: milieu, sociale duurzaamheid en een sterk bestuur. Duurzaamheidscoördinator Evelien Kieckens coacht en coördineert dit proces sinds 2020, met een netwerk van green teams die de strategie van de vloer omhoogtillen.
Afval is het meest zichtbare luik. Het UZ Gent werkt volgens de R-ladder: eerst voorkomen, hergebruiken, dan pas recycleren. In 2021 rolde het ziekenhuis een testfase van afvalsortering met vijf stromen in het operatiekwartier uit. Een bewuste startkeuze, want het OK is, naast de tijdsdruk en het gebrek aan plaats, goed voor meer dan dertig procent van het totale ziekenhuisafval. Na het pilootproject vroegen andere clusters van het OK zelf om mee te doen. Vandaag levert dat maandelijks zo’n 1.000 zakken PMD en 900 zakken papier-karton op die niet meer op de verbrandingstapel belanden.
Ook de befaamde zorgkar werd onder de loep genomen: door kritisch te observeren welke materialen per shift echt nodig zijn, daalde het verbruik significant. Voor de meer dan 700.000 medicatiepotjes die het ziekenhuis jaarlijks verbruikt, liep een project met herbruikbare inox of plastic varianten, onderbouwd door een levenscyclusanalyse. Hoewel de herbruikbare optie milieuvriendelijker bleek, is ze financieel niet haalbaar op grote schaal. De focus ligt nu op de reductie van de wegwerppotjes.
Met een kleine 7.000 werknemers laat de continue stroom van kledij een voetafdruk achter. Verouderde werkkleding krijgt een tweede leven als akoestisch viltpaneel in vergaderzalen of als bekleding van een vergaderhub. Via een interne wedstrijd, geïnspireerd op de ‘Polyfant’ van kunstenares Rebecca Banens, maakten medewerkers hun eigen afvaldier van materiaal uit het OK. De winnaar, een kleurrijke afvalpauw, kreeg een centrale plek in het ziekenhuis.
Op energiegebied boekte het UZ Gent mooie resultaten. Scope 1-emissies daalden van circa 14.000 ton CO2 in 2005 naar 1.700 à 2.000 ton vandaag. Als gevolg van doordachte renovaties in gebouwen, en ook mede dankzij een samenwerking met Ivago voor stoomlevering. Voor scope 2 koopt het ziekenhuis al jaren uitsluitend groene energie aan. Scope 3 blijft een grote uitdaging, maar wordt meegenomen in aanbestedingen. Het grootschalige nieuwbouwproject ‘Project U’ biedt kansen om die ambitie structureel in te bedden: zonnepanelen op niet-zichtbare daken, het uitzicht op groendaken vanuit patiëntenkamers, warmtepompsystemen en een autovrije, groene campus. Kleine maatregelen dragen evenzeer bij: ultralage temperatuurdiepvriezers in de labo’s werden van -80 naar -70 graden bijgesteld, goed voor meer dan dertig procent energiereductie per toestel.
Het sociale luik omvat zowel de toegankelijkheid van zorg als de veiligheid van patiëntendata. Het UZ Gent heeft een Data Protection Officer om de Europese GDPR regelgeving te implementeren.
Tegelijk zet het ziekenhuis in op gelijke toegang tot kwaliteitsvolle zorg, ook voor kwetsbare groepen. Tolken en meertalige verpleegkundigen worden ingezet voor patiënten die geen Nederlands spreken, zonder meerkost. Een sociale dienst begeleidt vluchtelingen en mensen zonder sociaal vangnet. Het welzijn van de duizenden medewerkers wordt bewaakt via anonieme bevragingen.
Op bestuursniveau is duurzaamheid geen bijzaak. Kieckens overlegt elke drie maanden met de gedelegeerd bestuurder en twee keer per jaar met het volledige hogere management om de stand van zaken te overlopen. Duurzaamheidsdoelstellingen zijn ingebed in de beleidscyclus en vertaald naar concrete acties op elk afdelingsniveau.
Kandidaat 5: VANDEMOORTELE
Vandemoortele is een familiaal voedingsbedrijf waar duurzaamheid verweven zit in de hele fundering. Aurélie Comhaire bouwt al acht jaar aan dat verhaal als duurzaamheidsmanager. Haar credo: langetermijndenken, ambitieuze targets en belangstelling voor intern én extern stakeholdermanagement.
De duurzaamheidsstrategie van Vandemoortele rust op vier pijlers. Conscious Nutrition richt zich op de nutritionele waarde van producten zoals minder suiker en zout, minder additieven en meer plantaardige alternatieven. Protecting Nature bundelt de inspanningen rond klimaatverandering, duurzaam inkopen en voedselverspilling. Enhancing Lives focust op veiligheid, welzijn en diversiteit binnen de organisatie én in de waardeketen, met een bijzondere aandacht voor mensenrechten. Tot slot zorgt Sustainable Organisation – de governancepijler – voor een ethische bedrijfsvoering en duurzame partnerschappen met leveranciers en klanten.
In 2021 voerde Vandemoortele een eerste materialiteitsanalyse uit. Deze analyse leidde tot het engagement voor de Science Based Targets Initiative (SBTi). In 2023 volgde een grondige herziening in het kader van de CSRD-verplichting, met een dubbele materialiteitsanalyse die rekening houdt met impact en risico's & opportuniteiten. Die werkwijze gaf thema's als biodiversiteit een concretere invulling.
De SBTi-aanpak zorgt voor ambitieuze doelstellingen, maar dat schrikt de onderneming niet af. Ambitie dwingt creativiteit af en daagt zowel de teams als de organisatie uit om naar alternatieven te zoeken.
Vandemoortele zet zijn strategie om in tastbare resultaten. Op het vlak van duurzame inkoop werkt het bedrijf met Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-gecertificeerde palmolie en Fairtrade- of Rainforest Alliance-gecertificeerde cacao. Voor grondstoffen met een hoog risicoprofiel werd een grievance-mechanisme opgezet waarmee klachten van bijvoorbeeld ngo's of klanten worden geanalyseerd en opgevolgd via dialoog met leveranciers.
In samenwerking met leveranciers mondde een pilootproject rond regeneratieve landbouw uit tot de lancering van een baguette met low-carbon bloem op de Franse markt. Dankzij de samenwerking met het R&D-team ligt ook hun focus op Conscious Nutrition. Als resultaat ontwikkelden ze bijvoorbeeld een donut met minder suiker en volledig plantaardig patisserieproducten. Het onderzoek naar de mogelijkheden van plantaardige kaas staat ook op de agenda.
Een sectoroverschrijdende mijlpaal was de lancering van een manifest waarbij 46 bedrijven uit de bakkerijsector zich engageren om de CO2-emissies in de tarwe- en bloemketen met maar liefst dertig procent te reduceren. Door samen aan hetzelfde zeel te trekken, willen ze duurzame bloem als cruciale grondstof op de kaart zetten.
Intern is duurzaamheid verankerd via een netwerk van sustainability project leaders: experten per domein die naast hun functie een specifiek engagement opnemen en bijbehorende KPI's bewaken. Wanneer een concrete realisatie wordt bereikt, start onmiddellijk de interne communicatie om zichtbaarheid te creëren. Sustainability ambassadeurs, momenteel nog in een testfase, zullen die aanpak in de toekomst verder vertalen naar elk departement.
Duurzaamheid is bovendien een vast agendapunt in alle managementteams, tot op het niveau van de Raad van Bestuur en dat is door de jaren heen gegroeid. Duurzaamheidsdoelstellingen maken sinds enkele jaren deel uit van de bonussen van kaderleden. Dankzij deze maatregel worden duurzaamheidsprioriteiten sterker verankerd in de organisatie en minder vrijblijvend.